De grote woningbouwopgave in Nederland vraagt om slimmer, sneller en efficiënter bouwen. In het Stedelijk Gebied Eindhoven hebben woningcorporaties, gemeenten en bouwpartners daarom de handen ineengeslagen in WoonST – een samenwerking die bewijst dat versnellen wél kan. Het doel: snel betaalbare en goede woningen beschikbaar maken.
WoonST laat zien dat versnelling mogelijk is, maar alleen als alle partijen bereid zijn om écht samen te werken en processen te standaardiseren. Met inmiddels ruim duizend opgeleverde woningen en een stevige ambitie richting 2028 is WoonST uitgegroeid tot een voorbeeld voor andere regio’s.
Van ambitie naar praktijk: bouwen in bouwstromen
WoonST ging in 2021 van start als een regionale tender in het Stedelijk Gebied Eindhoven. Dertien woningcorporaties en negen gemeenten bundelden hun krachten om de woningbouw structureel te versnellen. Zij kozen twee vaste bouwpartners, waaronder BAM Wonen voor de hoogbouw. De kern van de aanpak is het werken in ‘bouwstromen’ met gestandaardiseerde woningconcepten: hierbij staan bouwprojecten niet meer op zichzelf, maar zijn ze onderdeel van een doorlopende stroom van vergelijkbare woningbouwprojecten.
“Bij woningconcepten gaat het om herhaling, voorspelbaarheid en samenwerking”, vertelt Briegit Reiling, commercieel manager bij BAM Wonen. “We werken hierbij met vaste teams en langjarige afspraken. Zo hoeven we niet bij elk project opnieuw het wiel uit te vinden en kunnen we sneller schakelen.”
Die aanpak wierp al snel zijn vruchten af. Tussen 2021 en 2024 zijn meer dan duizend sociale huurwoningen gerealiseerd. “Een aansprekend voorbeeld is het appartementencomplex Gansepoel in Veldhoven. Het gaat om 56 sociale huurwoningen, waarvoor een normale doorlooptijd al snel oploopt tot zeven jaar. Binnen WoonST én het 100-dagen traject van de gemeente wisten we dit project van initiatief tot en met oplevering in ongeveer 2,5 jaar te realiseren, inclusief bestemmingswijziging.”
Voor woningcorporaties is die versnelling van grote waarde, benadrukt Marloes Verkerk, manager nieuwbouw bij Woonbedrijf, een van de aangesloten woningcorporaties. “Sneller bouwen betekent dat we woningen eerder kunnen verhuren. Dat is niet alleen financieel gunstig, maar vooral belangrijk voor woningzoekenden. Elke maand die je wint, maakt verschil.”
Gemeenten als sleutel tot versnelling
Die versnelling kan alleen ontstaan als alle partijen in de keten gelijktijdig meebewegen. Gemeenten spelen in WoonST dan ook een sleutelrol, legt Marloes Verkerk uit. “Zij zijn niet alleen vergunningverlener, maar vanaf het begin volwaardig partner binnen de bouwstroom. Gemeenten waren betrokken bij de ontwikkeling van de tender en schuiven bij elk nieuw project met alle relevante disciplines tegelijk aan tafel.”
“De grootste tijdwinst zit namelijk niet in de bouw zelf”, vult Briegit Reiling aan. “Bouwen doen we al zo efficiënt mogelijk. De echte versnelling haal je veelal in het voortraject: bij planvorming, vergunningen en afstemming. En daarvoor heb je gemeenten nodig. Als zij vanaf dag één aan boord zijn, kun je enorme stappen zetten.”
Door die gezamenlijke start ontstaat vroeg duidelijkheid over randvoorwaarden als stedenbouw, parkeren, groen en mobiliteit. Dat voorkomt vertraging later in het proces en maakt vergunningstrajecten voorspelbaarder. “Je zit meteen met alle betrokken afdelingen aan tafel”, vertelt Marloes Verkerk. “Dat scheelt maanden, soms zelfs jaren.”
Standaardisatie zonder eenheidsworst
Een veelgehoorde zorg is dat conceptueel en gestandaardiseerd bouwen zou leiden tot eenheidsworst. WoonST bewijst het tegendeel. De standaardisatie zit vooral in de plattegronden en technische uitwerking, terwijl er juist veel ruimte is voor architectonische variatie.
“De woningen zijn van binnen gestandaardiseerd, maar aan de buitenkant absoluut niet”, aldus Briegit Reiling. “Architecten kunnen volop variëren in gevels, materialisatie en uitstraling. Daardoor passen de gebouwen bij hun omgeving.” Dat is volgens Marloes Verkerk goed zichtbaar bij projecten als Strozziplantsoen in Eindhoven. “Als je daar rondloopt, zie je geen ‘conceptgebouw’. Het voelt als maatwerk. Dat is ook precies de kracht van WoonST: snelheid combineren met kwaliteit en identiteit.”
In de eerste fase van WoonST lag de nadruk vooral op galerijwoningen. Inmiddels is het aanbod verbreed met onder andere corridorontsluitingen, setback en meer variatie in gebouwtypologieën. “Daardoor sluiten we nog beter aan bij verschillende locaties en doelgroepen.”
De kracht van herhaling
Ervaring uit voorgaande jaren leert ook hoe belangrijk het is om met vaste teams te werken en samenwerkingen te herhalen. Door meerdere projecten met dezelfde partners uit te voeren, leren organisaties én mensen elkaar kennen. Hierdoor versnelt de besluitvorming en verlopen processen steeds soepeler. “Wat we in het ene project leren, passen we direct toe in het volgende”, zegt Briegit Reiling. “Dat is precies de kracht van bouwen in een stroom.”
Die lerende aanpak wordt ook geborgd op overstijgend niveau. In stuurgroepen en coördinatie-overleggen bespreken corporaties, gemeenten en bouwpartners gezamenlijk wat goed gaat en waar verbetering nodig is. Zo blijft WoonST zich ontwikkelen.
Oproep aan andere regio’s
Sinds 2024 is WoonST verlengd. De ambitie is om tot 2028 nog eens 2.500 sociale huurwoningen op te leveren, met extra aandacht voor variatie en toekomstbestendigheid. Hierbij is BAM Wonen opnieuw gekozen als bouwpartner voor de gestapelde woningbouw. Voor zowel Reiling als Verkerk is WoonST meer dan een regionaal succes. Het is een aanpak die ook elders in Nederland toepasbaar is. “Onze oproep aan andere regio’s is daarom helder”, zegt Marloes Verkerk. “Werk samen, betrek daarbij vooral ook gemeenten en durf waar mogelijk op een slimme manier te standaardiseren.”
Briegit Reiling sluit zich daarbij aan: “Woningconcepten zijn geen doel op zich, maar een middel om betaalbare woningen sneller te realiseren. Als we de woningnood echt willen aanpakken, moeten we dit soort samenwerkingen durven aangaan. WoonST laat zien dat het kan!”